AZ verlengt met Playing for Success

ALKMAAR- Tijdens een feestelijke bijeenkomst in het AFAS Stadion is zondag het contract met Playing for Success Alkmaar verlengd. Voorafgaand aan het thuisduel met FC Groningen werd een verbintenis ondertekend tot en met 2022.

De tien schoolbesturen, de gemeente Alkmaar en AZ tekenden in de Kees Kist Lounge van het AFAS Stadion.

Leercentrum
Playing for Success is een naschools programma voor kinderen die (tijdelijk) om sociaal emotionele redenen niet optimaal presteren. Het programma leidt tot meer zelfvertrouwen en motivatie en daardoor tot betere prestaties. Het leercentrum in Alkmaar richt zich op kinderen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs en jongeren uit de eerste twee klassen van het voortgezet onderwijs. De deelnemers worden meegenomen naar een uitdagende en inspirerende plek buiten de school, waar ze zoveel mogelijk positieve leerervaringen opdoen: het AFAS Stadion van betaald voetbalorganisatie AZ. In het stadion werken de deelnemers samen aan onder andere hun zelfvertrouwen, een positief zelfbeeld en motivatie.

Eenhoorn: ‘Mooi project’
“Playing for Success is een geweldig initiatief”, zegt AZ’s Algemeen Directeur Robert Eenhoorn. “We dragen er dan ook graag een steentje aan bij door bijvoorbeeld onze spelers de certificaten te laten overhandigen aan de deelnemers. Het is ook mooi om te zien hoe de kinderen instromen en vervolgens het traject met meer zelfvertrouwen verlaten. We zien uit naar een succesvolle verlenging.”

Sombroek: ‘AZ gastheer’
“We zijn ontzettend blij dat AZ ook de komende jaren gastheer is voor Playing for Success Alkmaar en op deze manier de belangrijke WOW factor voor de deelnemers aan de trainingen beschikbaar blijft stellen,” reageert Iwan Sombroek, Centrummanager Playing for Success Alkmaar. “Het stadion en alle faciliteiten die we kunnen gebruiken zijn een heel belangrijk onderdeel van het programma. Daar ontleent de training een groot deel van zijn kracht aan.”

Entree Gorter & Partners

ING heeft de app voor mobiel bankieren aangepast. Klanten bevestigen een betaalopdracht voortaan met de app en niet meer met een TAN-code per sms of papieren lijst. Alle particuliere klanten worden de komende maanden gefaseerd overgezet naar het vernieuwde Mijn ING. Alle klanten met de Mobiel Bankieren-app gaan dan ook over op mobiel bevestigen. 

Alternatief

Klanten die de app niet kunnen gebruiken, blijven opdrachten voorlopig met een  Transactie Autorisatie Code (TAN) bevestigen. De bank komt eind 2018 met een alternatief voor deze klanten. Na ruim dertig jaar wordt de TAN-code bij ING vervangen.

Mobiel

Mobiel bevestigen wordt bij de bank al sinds januari 2017 aangeboden. Klanten gebruiken daarvoor een code of hun vingerafdruk. Ruim 1,1 miljoen klanten doen dat, zegt ING. In totaal maken 3,2 miljoen klanten gebruik van de app. De Mobiel Bankieren-app van ING wordt vernieuwd met een nieuw ontwerp. De omgeving gaat er op alle apparaten hetzelfde uitzien, wat duidelijker en overzichtelijker moet zijn. Mobiel bevestigen wordt in maart 2018 voor zakelijke klanten geïntroduceerd.

Accountancy Gorter & Partners

Je hebt (meer dan) een jaar geleden een opdracht aangenomen voor een klant en vervolgens keihard gewerkt om de opdracht uit te voeren. Alles is netjes volgens afspraak uitgevoerd en de factuur is zoals afgesproken naar de klant gestuurd. Wat nou als je klant de factuur niet betaalt? Zelfs niet na meerdere herinneringen of na het uit handen geven van de factuur? Dan kun je de factuur als oninbaar verklaren. In feite zeg je hiermee dat je zeker weet dat de factuur niet meer betaald gaat worden. Wat doe je met de BTW die je al hebt afgedragen?   

BTW terugvragen bij de Belastingdienst

Het niet betalen van een factuur is natuurlijk al een ongewenste situatie. Je loopt hierdoor omzet mis. Maar het kan ook nog zo zijn dat je voor deze factuur ook al BTW hebt afgedragen aan de Belastingdienst. Dit terwijl je het factuurbedrag inclusief de BTW (hoogstwaarschijnlijk) niet gaat ontvangen. Het afgedragen BTW-bedrag kun je, onder bepaalde voorwaarden, terugvragen.

Nieuwe regels voor het terugvragen van de BTW

Per 1 januari 2018 zijn de regels voor het terugvragen van de BTW aangepast. Voor die tijd kon je de afgedragen BTW met betrekking tot een oninbare factuur terugvragen door middel van een schriftelijk ingediende teruggaafverzoek. Hierbij moest je kunnen aantonen dat het aannemelijk was dat je het factuurbedrag niet gaat ontvangen. Bijvoorbeeld als een bedrijf failliet is gegaan. Maar in veel andere situaties is het lastig om te kunnen aantonen dat de factuur niet betaald gaat worden. Daarom is de regelgeving met betrekking tot het terugvragen van de BTW eenvoudiger gemaakt. Een schriftelijk verzoek om teruggaaf is niet meer nodig.

Na één jaar een factuur als oninbaar verklaren

Eén van de wijzigingen is het moment waarop je het BTW-bedrag van een oninbare factuur mag terugvragen. Dit kan op het moment dat de factuur een jaar na de uiterste betaaldatum nog niet (geheel) is betaald. Heb je bijvoorbeeld een klant met een openstaande factuur waarvan de uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017 lag? Dan kun je de factuur op 1 januari 2018 oninbaar verklaren. Dit kun je in de boekhouding doen door de factuur eenvoudigweg te crediteren om vervolgens de factuur en de creditnota tegen elkaar af te boeken.

Hoe BTW terugvragen bij oninbare facturen vanaf 2018?

De BTW over oninbare facturen kun je terugvragen in de eerste BTW-aangifte van 2018. Het BTW-bedrag dat je terugvraagt, moet je als negatieve omzet en negatieve BTW invullen bij vraag 1a of 1b. Voor facturen met een uiterste betaaldatum na 1 januari 2017 geldt bijna hetzelfde. Ook dit bedrag vraag je terug door het in te vullen als negatieve omzet en negatieve BTW. Dit moet je doen in de aangifte over de periode waarin duidelijk is dat de klant niet meer gaat betalen.

Wat als je klant alsnog betaalt?

Wordt de factuur alsnog betaald door je klant? Dan geef je bij je eerstvolgende BTW-aangifte aan dat je nog BTW moet afdragen over de betreffende factuur. Dit doe je wederom bij vraag 1a of 1b.

Voorbeeldsituatie

Je hebt een schildersbedrijf en hebt in januari 2017 een opdracht uitgevoerd voor een klant. Je hebt de factuur op 1 januari 2017 gestuurd met een betalingstermijn van 30 dagen. De factuur bedraagt 1.210 euro, waarvan 210 euro de BTW betreft. Dit betekent dat jij 210 euro aan BTW afdraagt aan de Belastingdienst.

Als de factuur op 31 januari 2017 nog niet is betaald, dan is de klant te laat met de betaling. Logischerwijs herinner je de klant eraan dat de betalingstermijn is overschreden en verzoekt de klant om alsnog zorg te dragen voor de betaling.

Is de factuur een jaar later, op 31 januari 2018, nog steeds niet betaald? Dan is de factuur oninbaar en kun je het afgedragen bedrag van 210 euro terugvragen aan de Belastingdienst. Dit doe je dus in de BTW-aangifte van het eerste kwartaal van 2018, bij vraag 1a of 1b.

Kabinet stelt nieuwe wet voor ZZPers uit

De AFM pleit ervoor riskante beleggingen die vooral online worden aangeboden, te verbieden. Daarvoor pleit de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

‘Door extreem lage spaarrente zijn mensen gevoeliger geworden voor beleggingen waarbij wordt geschermd met hoge rendementen. Ze onderschatten de risico’s daarvan’, zegt Merel van Vroonhoven, bestuursvoorzitter van de AFM in een interview met de Volkskrant.  Als voorbeeld van riskante beleggingen die online kunnen worden gedaan, noemt de AFM cryptovaluta of binaire opties. ‘’Wij zien in heel Europa een forse stijging van het aantal meldingen over riskante beleggingsproducten en we zien een gigantische ‘fear of missing out’: de angst om de boot te missen’, aldus Van Vroonhoven.

135.000 Nederlanders

Volgens de toezichthouder beleggen zeker 135.000 Nederlanders in cryptovaluta. ‘Verbieden van cryptomunten is moeilijk, omdat het geen beleggingsproducten zijn’, legt ze uit. ‘’Maar er zijn ook producten te koop waarmee je op koersstijgingen en -dalingen van cryptomunten kan speculeren. Die derivaten kunnen wel verboden worden.’

In politiek Den Haag is het gebruikelijk dat het ministerie van Financiën in de aanloop naar de verkiezingen een ombuigingslijst opstelt. Die lijst omvat een opsomming van maatregelen waarmee een besparing op de overheidsuitgaven tot stand kan worden gebracht.

Financiën deelt deze lijst vertrouwelijk met de politieke partijen in de Tweede Kamer: die kunnen de lijst gebruiken bij het opstellen van hun verkiezingsprogramma’s. De ombuigingslijst van mei 2016 is uitgelekt, waarop Financiën besloten heeft om de lijst openbaar te maken. De lijst noemt ook diverse maatregelen op fiscaal gebied.

De Ombuigingslijst 2016 noemt de navolgende – mogelijke – maatregelen op fiscaal terrein ter ondersteuning van de overheidsfinanciën:

  • een verhoging met 20% van alle boeten die de belastingdienst oplegt;
  • een verhoging van de aanmaningskosten;
  • het doorberekenen van de administratiekosten die de Belastingdienst maakt bij het opleggen en innen van boetes;
  • het doorbelasten van € 2,00 per gesprek met de Belastingtelefoon;
  • de grondslag voor de huur- en zorgtoeslag stellen op het inkomen van een eerder jaar;
  • een drempel invoeren voor de aftrek van periodieke giften;
  • het afschaffen van de middelingsregeling; Heeft u een sterk wisselend inkomen uit werk en woning? Dan betaalt u waarschijnlijk meer belasting dan wanneer u dat inkomen gelijkmatig verdeeld over een jaar krijgt. U kunt dan nu nog in aanmerking komen voor de middelingsregeling. Met middeling berekent u uw gemiddelde inkomen over 3 aaneengesloten kalenderjaren. Dit is het middelingstijdvak. Vervolgens berekent u hoeveel belasting u per jaar moet betalen. Zijn de nieuwe belastingbedragen lager dan die van de eerdere aanslagen? Dan heeft u
    mogelijk recht op een teruggaaf.
  • het afschaffen van de carry-forward van de persoonsgebonden aftrek; Kunt u de persoonsgebonden aftrek niet verrekenen door een negatief inkomen, dan kunt u dat in de komende jaren verrekenen.
  • het afschaffen van de 30%-regeling of het invoeren van een maximumgrondslag;
  • als u in Nederland komt werken, maakt u mogelijk extra kosten, de zogenoemde extraterritoriale kosten. Uw werkgever mag u een vrije (onbelaste) vergoeding geven voor de extraterritoriale kosten die u maakt. Ook mag uw werkgever u 30% van uw loon, inclusief vergoeding, belastingvrij verstrekken. Hiervoor is het niet nodig eventuele
    onkosten te bewijzen;
  • een earnings stripping-bepaling in de vennootschapsbelasting invoeren, waardoor rente niet aftrekbaar is voor zover het saldo van betaalde en ontvangen rente meer is dan een bepaald percentage van de commerciële winst vóór aftrek van rente en afschrijvingen.
Kabinet stelt nieuwe wet voor ZZPers uit

De werknemer met een auto van de zaak die de bijtelling privégebruik auto wil vermijden moet kunnen aantonen dat hij die auto voor niet meer dan 500 kilometer voor privé gebruikt. Hij kan dat aantonen met een kilometer administratie of anderszins; de vrije bewijsleer is hier van toepassing.

De inspecteur heeft een hoge voorkeur voor een kilometeradministratie als bewijsmiddel. Dat biedt hem de meeste (digitale) controlemogelijkheden. Een correcte rittenadministratie moet inzicht bieden in alle in het kalenderjaar verreden kilometers. Een ondeugdelijke rittenadministratie kan veel geld kosten. Als er ‘gerommeld’ is met de vastlegging van het autogebruik kan de inspecteur een forse boete opleggen bij de naheffing. Hof Amsterdam heeft recent beslist dat bij een slordige rittenadministratie geen sprake is van grove schuld; een boete van 50% of meer is slechts aan de orde als vaststaat dat de automobilist met zijn ondeugdelijke rittenadministratie het privégebruik van de auto heeft willen maskeren.

De nieuwe wetgeving voor zzp’ers, de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), wordt uitgesteld tot in elk geval 2018.

Het kabinet reageert hiermee op de toenemende onrust over de nieuwe wet en signalen van zzp’ers dat zij geen opdrachten meer krijgen door alle onduidelijkheid. Intussen wordt ook de handhaving van de wet even uitgesteld, zegt staatssecretaris Wiebes van Financiën. “Met een uitzondering voor de echte kwaadwilligen”, zegt Wiebes. Dat zijn zzp’ers en opdrachtgevers die duidelijk een werkgeverswerknemersrelatie hebben, en er dus duidelijk geen sprake is van een zelfstandige ondernemer.